Over het boek

Over het leven van de glasblazers was niet veel bekend, ook niet onder de vele afstammelingen van deze ambachtslieden. De glasblaasfamilies waren dan ook moeilijk traceerbaar want zij trokken rond van glashut naar glashut, van dorp naar dorp, van streek naar streek, van land naar land. Ze namen hun huisraad en zelf hele huizen mee op hun wagens met paard om zich een paar kilometer verderop te vestigen bij een volgende glashut of glasfabriek waar rook uit de schoorsteen kwam en geld te verdienen was.

Op enig moment kreeg ik  de tijd om eens diep te graven in het verleden van de glasblazers die in mijn familielijn voorkwamen. Ik had het immense geluk dat de stamboom van de familie Pelgrim al was uitgezocht en op Internet geplaatst door, vast en zeker, verre familieleden. Dus ging ik speuren op Internet en in archieven naar de sporen van deze families, naar de dorpen waar ze leefden, de kerken waar ze gedoopt werden, de directeurswoningen waar ze woonden en de fabriekshallen waar het zweet op hun voorhoofden parelde tijdens het blazen van glaswerk. Het werd een ware tocht langs plekken en mensen die ergens verband hielden met mijn afkomst. 

Mijn boek vertelt het verhaal van deze reis en is gebaseerd op feiten uit gedegen onderzoek, aangegeven door de vele voetnoten en verwijzingen. Een klein laagje fictie brengt deze feiten tot een geheel dat ons nog beter in staat stelt tot de ziel van de personages door te dringen. Schetsen van mensen en situaties op kruispunten in de familiegeschiedenis waar vele lijnen samenkomen en veel feiten in elkaar passen. Zo leren we ze allemaal kennen: de eerste glasblazer Anthony Pilgram en zijn gezin; Jan Pelgrim en zijn broers, de directeuren van Leerdam en Vuren; Paulus Pelgrim en zijn vrouw, de rijke glasblaasfamilie van Leerdam; Leendert Pelgrim, de directeur van glasfabriek Zwijndrecht en later Gagestein; Christoffel Pelgrim, die diaken van Vuren, en uiteindelijk mijn overgrootouders en opa Cornelis Pelgrim.